Een leerling wordt langdurig gepest. Dan doet een leraar iets volledig absurds… Is dit verstandig?

Sinds kort circuleert er op het internet een verhaal over een 8-jarige jongen die op school gepest werd omdat hij een roze rugzak met een pony op afgebeeld draagt. Men hoort vaak dat scholen het thema pesten negeren of niet weten hoe ze ermee moeten omgaan. Dit mooie verhaal gaat over een leraar die zijn leerlingen aan de hand van een onschuldig voorbeeld een zeer belangrijke les bijbrengt.

“Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen besliste ik om een experiment met de leerlingen van mijn klas uit te voeren. Hiervoor had ik 2 appels nodig, dus maakte ik ’s ochtends een omweg langs de winkel om de hoek. Tijdens onze ochtendlijke begroeting legde ik de klas uit dat ik vandaag iets wilde uitproberen. Ik toonden hen de appels die ik eerder gekocht had en vroeg waarin deze twee vruchten van elkaar verschilden. Ze hadden beiden exact dezelfde kleur en ook naar grootte en vorm waren ze bijna identiek. Maar een van de appels was een beetje groter en straalde iets groener dan de andere. Dat was het enige dat hen onderscheidde.”

leraar1

“Vervolgens hield ik de kleinste van de twee appels in de lucht en zei tegen mijn leerlingen: walgelijk. Deze appel ziet er lelijk uit. Toen gooide ik hem op de grond. De kinderen keken me – terecht – geschokt aan, alsof ik helemaal gek geworden was. Enkele lachten verlegen, maar iedereen dacht dat ik mijn verstand verloren was. Ik raapte de appel op, hield hem opnieuw in de lucht en zei tegen mijn leerlingen: Is deze appel niet vreselijk? Je moet hem beschimpen en dit met hem doen. En ik gooide de appel opnieuw op de grond. En nu geef ik hem aan jullie zodat jullie hem kunnen bespotten en op de grond kunnen gooien.”

“Zo gezegd, zo gedaan. De kinderen kwamen snel op dreef en allen bespotten ze de appel en gooiden hem op de grond. “Ik haat je schil” of “Je kleur is vreselijk” en “Je steeltje is veel te kort” en “Je zit beslist vol vieze wormen”, enzovoort. En nadat de appel de hele klas was doorgegaan, belandde hij terug bij mij. Elke leerling had de gelegenheid gehad om de appel te beledigen en op de grond te smijten. Ik voelde plotseling een schuldgevoel met dit volkomen onschuldig object opkomen. Onverstoord hield ik de beide appels opnieuw in de lucht en vroeg de kinderen of er nu verschillen waren. En er was niets veranderd. Zelfs nadat de kleine appel verschillende keren op de grond gegooid werd, was er nauwelijks schade op te merken.”

leraar2

“Ik haalde een snijplankje en een mes uit mijn tas en begon de grote appel in stukjes te snijden. Het was perfect. En de leerlingen slaakten commentaren als “Ooooh!” en “Aaaah!” Daarna nam ik de andere appel in de hand. Ik begon ook deze te schillen. En toen ik dit deed, zag men duidelijk dat de appel vanbinnen vol bruine plekken zat, overal daar waar hij op de grond was gesmeten. Als ik de geschilde appel in de lucht hield, riepen de kinderen: “Jakkes, die appel willen we niet eten. Hij ziet er walgelijk uit!”

“Ik keek de kinderen aan en zei: Maar is het niet onze eigen schuld dat de appel er zo uitziet? Wij hebben hem dit aangedaan, dus waarom zouden we hem niet opeten? De kinderen waren plots stil en in gedachten verzonken toen ik zei: “Kijk goed kinderen, dit gebeurt er als we andere beledigen en kwetsen. Als je roddels over iemand verspreidt of iemand pest of dik noemt of iemand zeggen dat ze onze vriend niet kunnen zijn. We smijten hen net zo op de grond totdat ze bruine plekken vanbinnen hebben. En deze bruine plekken zijn zeer pijnlijk, al kunnen we ze met het blote oog niet zien. Het geneest nooit meer. Ze blijven er en het wordt steeds erger en erger. Ik hield de beschadigde appel opnieuw in de lucht en zei: Dit is wat we anderen aandoen. We moeten ermee stoppen om mensen te laten vallen.”

“Ik heb mijn kinderen nog nooit zo snel iets weten begrijpen. Het was voor iedereen zeer duidelijk – sommigen lachten, anderen huilden. Het was zeer emotioneel, maar tegelijk ook hartverwarmend. We praatten nadien nog een beetje na in de klas en enkele kwamen naar me toe dat ze blij waren dat ze deze les geleerd hadden. En ook ik ben blij, dat ik aan de hand van dit voorbeeld kon duidelijk maken wat er gebeurt als ze zo met hun klasgenootjes omgaan.”

leraar3

Pesten is een alomtegenwoordig en tijdloos fenomeen. Het is een probleem waar leraars vaak niet tegen opgewassen zijn. Hopelijk kan dit verhaal bijdragen tot meer verdraagzaamheid onder studenten en leerlingen.

DEEL dit mooie verhaal met iedereen die je kent!